113 jaar

Oma, je zou vandaag 113 zijn geworden. Mijn lieve eigenzinnige oma.

Je huis in Den Briel was een zoete inval. Buren, verre familie, vriendinnen, iedereen wist de weg naar jouw gezellige woonkamer te vinden. Die kamer die vol lag met zelf gehaakte kleedjes in alle kleuren. Altijd was je koektrommel gevuld met Weesper moppen en zandtaartjes. Er werden verhalen verteld en er werd veel gelachen.

Tussen de middag aten we warm. Jouw gehaktballen waren de lekkerste. In plaats van broodkruim, mengde je havermout door de gehakt. En vaak maakte je dikke soep, met extra veel vermicelli. Soms logeerde ik bij je en als je je ‘s middags terugtrok ‘achter het gordijntje’ om een dutje te doen, zat ik voor het raam en keek de straat in tussen de vitrage door. In de vensterbank stonden sanseveria’s. “Ga jij maar eens tellen hoeveel rode auto’s er voorbij komen. Als de grote wijzer op de 6 staat, mag je me wakker maken.” Ik telde auto’s en noteerde de kleuren. Later ook de merken. En weer later trainde ik mezelf erin de geluiden van de motor van de voorbij rijdende auto’s te herkennen. Dan sloot ik mijn ogen en herkende aan het geluid van de motor dat het een Citroën was of een Ford of een Opel. Altijd gleed ik van de bank om een dropje te pakken. Dan sloop ik langs jouw bed achter het gordijntje en opende de dropjespot en stak er snel eentje in m’n mond. Een katjesdropje om heerlijk op te kauwen. Dat moet je gemerkt hebben, maar je liet me.

Als ik bij je mocht blijven slapen, lag ik in de tuinkamer. De koele lakens knisperden. Ze roken naar Reckit Blue. Daar werden de lakens hagelwit van, zo stelde je. Je vertelde over de geboorte van prinses Juliana in 1909 en dat je als kind een reuzebeschuit met oranje muisjes kreeg. Over je winkel. Over opa die al zo lang dood was, dat ik hem nooit gekend had. Over de oorlogen die je beide overleefde. Over het bombardement van Brielle. Over hoe je broer omkwam op zijn schip. Je stelde me gerust als ik me zorgen maakte over de toestand van de wereld. “Kind, mijn grootmoeder zei het voor de eerste wereldoorlog al: de wereld staat in brand. Het is nog nooit anders geweest en het zal ook niet anders worden. Onthoud dit: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet.” Wijze woorden.

Ik heb weinig foto’s van je. Dus deze koester ik. Een verschoten plaatje van jou en mij en mijn zus – je naamgenoot Berdien. We staan voor je druivenkas in je achtertuin. Ik poseer trots en kijk met een open blik de camera in. Je houdt je hand op mijn schouder. Zorgzaam als altijd. Ik keer de foto om. 22 januari 1977. Het is een foto van je 72e verjaardag. Vandaag exact 41 jaar geleden. Een mooi toeval.

Al bijna 30 jaar ben je er niet meer. Je zwarte bakelieten telefoon staat hier in mijn werkkamer. Soms zou ik je willen bellen. Gewoon, om even te kletsen. Of heel hard te lachen. En het recept van die gehaktballen van je te krijgen.

Van harte lieve oma. Dank voor je lessen 😘💫🙏

Geef een reactie